Conflicthantering: geen kwestie van karakter, wel van ontwerp | Brugge in't Echt Ga naar hoofdinhoud

Conflicthantering: geen kwestie van karakter, wel van ontwerp

Conflicthantering draait minder om karakter dan om ontwerp. Wat onderzoek zegt over veiligheid, gedeelde doelen en de grens tussen het idee en de persoon.

Wouter Barremaecker 10 min leestijd
Team in overleg rond een tafel waar een meningsverschil rustig besproken wordt, beeld over conflicthantering op het werk
Inhoudsopgave

Een leidinggevende vertelde me vorig jaar dat haar team te braaf was. Ze had gelezen dat sterke teams stevig botsen, dus vroeg ze in het volgende overleg uitdrukkelijk om tegenspraak. Ze kreeg drie moeizame weken, twee mensen die niets meer zeiden, en een collega die zich ziek meldde.

Herkenbaar? Wrijving toelaten en wrijving organiseren zijn twee verschillende dingen. Conflicthantering begint niet bij meer discussie, maar bij de omstandigheden waarin discussie iets oplevert.

Wrijving maakt een team niet vanzelf beter

Peter T. Coleman, hoogleraar psychologie aan Columbia University en al decennia bezig met conflict, zette in Psychology Today op een rij wat het onderzoek eigenlijk laat zien. Zijn conclusie botst met wat je op de meeste leiderschapsposters leest.

“Task disagreement, on its own, does not reliably make teams better.”

Peter T. Coleman, hoogleraar psychologie en onderwijs, Columbia University

In de meta-analyses die hij aanhaalt, hangen zowel taakconflict als relatieconflict vaker negatief samen met prestaties en tevredenheid. Taakconflict, dus discussie over de inhoud en de aanpak, doet het gemiddeld iets minder slecht dan ruzie over personen. Maar de vlieger dat gezonde teams nu eenmaal veel botsen, gaat niet op.

Coleman voegt er meteen de nuance aan toe die het bruikbaar maakt. Conflict levert wel iets op, maar onder smalle voorwaarden.

“Conflict pays off only under narrow, fragile conditions: When it stays moderate, stays about ideas, and never curdles into a contest over status, loyalty, or worth.”

Peter T. Coleman

Lees die zin traag. Matig van intensiteit. Over ideeen. En niet verschoven naar een wedstrijd over wie er nog meetelt. Drie voorwaarden die je zelden vanzelf krijgt.

Dat verklaart waarom het experiment van die leidinggevende ontspoorde. Ze vroeg om de wrijving zonder eerst de voorwaarden te maken. In mijn praktijk in Brugge zie ik dat vaker: teams die eerlijkheid afroepen in een kamer waar eerlijkheid nog niet veilig is.

Het onderscheid tussen taakconflict en relatieconflict helpt daarbij, zolang je niet vergeet dat de grens tussen die twee poreus is. Een discussie over de aanpak van een dossier kan drie keer heen en weer gaan zonder dat er iets persoonlijks in zit. De vierde keer, met een publiek erbij en een deadline in het verschiet, gaat exact dezelfde discussie plots over wie er competent is.

Dat is geen karakterfout van de mensen aan tafel. Het is wat er gebeurt met een gesprek dat te lang onder druk staat zonder dat iemand het kader bewaakt.

Conflicthantering is een ontwerpkwestie, geen karakterkwestie

Het scherpste stuk uit Colemans betoog gaat over waar we conflict meestal situeren: bij mensen. De collega die nu eenmaal fel is. De teamleider die conflictschuw is. De nieuwe die te gevoelig is.

“We have been treating conflict as a character issue when it is overwhelmingly a design issue.”

Peter T. Coleman

Hij verwijst naar meta-analytisch werk rond de Big Five en conflictstijlen. Persoonlijkheid doet wel iets. Wie hoger scoort op neuroticisme vermijdt iets meer, wie vriendelijker is zoekt iets sneller een compromis. Maar die effecten zijn klein vergeleken met de factoren die een leidinggevende wel kan veranderen.

Dat is goed nieuws, al voelt het eerst niet zo. Het betekent dat je team niet vastzit aan wie er toevallig aan tafel zit. Het betekent ook dat de oplossing zelden een assertiviteitstraining voor een enkele persoon is.

Ik merk in mijn praktijk dat teams enorm opgelucht zijn wanneer die verschuiving lukt. Zolang het conflict aan iemands karakter hangt, is er een schuldige en dus een verliezer. Zodra het aan de manier van werken hangt, is er iets waar je samen aan kan sleutelen. Hoe dat er in de praktijk uitziet, schreef ik eerder uit in kijk naar het patroon, niet de persoon.

Drie knoppen waar je als leidinggevende wel aan kan draaien

Coleman verwijst naar het werk van Morton Deutsch, zijn mentor, en van Dean Tjosvold. De sterkste voorspeller van discussie die iets oplevert, is niet moed of felheid. Het is de doelstructuur: hebben mensen elkaar echt nodig om te slagen, of kan de een winnen terwijl de ander verliest?

Vertaald naar een gewone werkweek zie ik drie knoppen.

Gedeelde doelen die niet cosmetisch zijn. Niet de missie op de muur, wel de vraag waar iemands bonus, deadline of erkenning aan hangt. Wanneer twee afdelingen op tegengestelde cijfers afgerekend worden, is elk overleg tussen hen een onderhandeling met verliezers. Dan help je met geen enkele gesprekstechniek.

Veiligheid voor je om vuur vraagt. Coleman formuleert zijn eerste aanbeveling scherp: “Stop celebrating heat and start engineering safety and security.” Eerst zorgen dat tegenspreken niets kost, dan pas tegenspraak vragen. Waar die veiligheid vandaan komt, staat uitgewerkt in psychologische veiligheid in teams.

Normen die zichtbaar zijn in gedrag. Een leidinggevende die zelf een keer publiek zegt “ik zat fout, Ann had gelijk”, doet meer voor de conflicthantering in dat team dan een halve dag training. Mensen kijken naar wat er gebeurt met wie als eerste iets moeilijks zegt.

Die drie knoppen zijn niet spectaculair, en dat is precies waarom ze werken. Ze vragen geen ander team. Ze vragen dat je een keer naar de afspraken kijkt die je zelf gemaakt hebt: waar hangt de beoordeling aan vast, wat gebeurt er met wie tegenspreekt, en wat doe jij zelf wanneer iemand jouw voorstel onderuit haalt.

Twee collega's die rustig een meningsverschil uitpraten aan een werktafel, beeld over conflicthantering op het werk

De grens tussen het idee en de persoon

De tweede aanbeveling van Coleman is de meest praktische: “Defend the boundary between the idea and the person with your life.”

Dat klinkt zwaar voor een vergadering. Toch is het precies daar dat het misloopt. Een gesprek over een aanpak verschuift in enkele zinnen naar een gesprek over iemands geloofwaardigheid, en niemand ziet het moment waarop dat gebeurt. Wat overblijft is dat de een zich moet verdedigen en de ander doordrukt.

In verbindende communicatie is die grens het halve werk. Je beschrijft wat je waarneemt, je zegt wat het bij jou doet, je benoemt wat je nodig hebt, en je doet een concrete vraag. Vier stappen die de inhoud scheiden van de persoon.

Het verschil zit vaak in een paar woorden. “Dit voorstel gaat voorbij aan de planning van de dienst” is inhoud. “Jij houdt nooit rekening met de planning” is een oordeel over iemand. De eerste zin houdt het gesprek open, de tweede zet het vast.

Als leidinggevende hoef je die grens niet alleen zelf te bewaken. Je mag ze ook hardop herstellen wanneer ze verschuift. “We hebben het nu over de aanpak, niet over wie er de vorige keer te laat was.” Dat is geen berisping. Het is de kamer terugbrengen naar het onderwerp.

En wanneer ze toch overschreden is, telt herstel meer dan gelijk halen. Hoe dat werkt, staat in conflicten oplossen op het werk: herstel telt meer dan gelijk.

Wanneer aandringen en terugtrekken elkaar voeden

Coleman haalt er onderzoek bij uit een hoek waar je het niet meteen zoekt: studies naar koppels en gezinnen. Daar is een patroon beschreven dat op de werkvloer even hard opgaat. De ene dringt aan, de andere trekt zich terug, en precies dat terugtrekken doet de eerste harder aandringen.

Op kantoor ziet dat er beleefder uit. Iemand stuurt een derde mail met een vriendelijke herinnering. De ander antwoordt korter en later. Er komt een cc bij. De antwoorden worden nog formeler. Beide mensen doen op dat moment iets wat vanuit hun kant logisch voelt, en samen maken ze het erger.

Het punt is dat geen van beiden dit in zijn eentje kan stoppen door beter zijn best te doen in dezelfde richting. Nog een mail helpt niet. Nog wat langer zwijgen ook niet.

Wat wel werkt, is het patroon zelf benoemen in plaats van de inhoud opnieuw. “Ik merk dat ik blijf herinneren en dat jij korter antwoordt. Ik denk dat we vastzitten. Kunnen we vijftien minuten bellen?” Je zegt niets over wie fout zit. Je legt het patroon op tafel.

In een team is dat ook het werk van wie leiding geeft. Twee collega’s die elkaar via mail bestoken, hebben zelden een inhoudelijk probleem dat niet in een gesprek van een half uur helderder wordt.

Conflicthantering vraagt tijd en hoofdruimte

De derde aanbeveling lijkt de saaiste en wordt het vaakst genegeerd: “Respect the cognitive cost.”

Echt samen een probleem oplossen kost hoofdruimte. Luisteren naar een standpunt dat het jouwe onderuit haalt, je eigen redenering herzien, een compromis bedenken dat voor beiden werkt, dat vraagt aandacht die je op een volle dag niet zomaar hebt.

Vandaar dat zoveel conflicten oplaaien om vijf voor zes, in de laatste tien minuten van een overleg, of via mail tussen twee andere meetings door. Niet omdat het onderwerp dan urgenter is, maar omdat er geen ruimte meer is om het goed te doen.

Praktisch betekent dat: zet het moeilijke punt vooraan op de agenda in plaats van achteraan. Plan er dertig minuten voor in plaats van tien. En als het gesprek vastloopt op vermoeidheid in plaats van op inhoud, benoem dat en zet het verder. Uitstellen met een afspraak is iets anders dan vermijden.

Want vermijden heeft ook een prijs, alleen zie je die pas later. Wat conflictvermijding een organisatie kost, zette ik eerder op een rij in de stille kost die niemand ziet.

Wat dit betekent voor teams die het al goed doen

Er is nog een groep waar dit onderzoek iets voor betekent: teams die al vlot discussieren en denken dat ze er zijn.

Coleman waarschuwt dat goede conflicthantering geen eigenschap is die je aanwerft of een moment van moed dat je oproept.

“Good conflict is not a personality you hire, a brave moment you summon, or a slogan you stencil on the wall.”

Wat vandaag werkt in jouw team, hangt aan omstandigheden die kunnen kantelen. Een reorganisatie, een besparingsronde, een nieuwe leidinggevende die net iets scherper reageert op tegenspraak. De vaardigheid verdwijnt niet, de voorwaarde eronder wel.

De teams die ik in West-Vlaanderen begeleid en die hier goed mee omgaan, hebben meestal iets simpels ingebouwd. Ze evalueren af en toe hoe het gesprek zelf liep, niet enkel wat er beslist werd. Vijf minuten aan het einde van een overleg: kon iedereen zeggen wat hij dacht, en zo niet, wat zat er in de weg?

Meer inzicht over wat teams onderscheidt die verschil wel productief maken, vind je in constructief conflict: de troef van topteams.

Probeer het deze week

Neem een discussie die in jouw team blijft terugkomen. Niet de zwaarste, wel eentje die er telkens weer is.

Stel jezelf drie vragen. Hebben de betrokkenen elkaar echt nodig om te slagen, of worden ze op tegengestelde dingen afgerekend? Kost het iets om hier eerlijk over te zijn? En krijgt dit onderwerp ooit tijd op een moment dat mensen nog hoofdruimte hebben?

Grote kans dat minstens een van die drie antwoorden verklaart waarom het gesprek blijft hangen. Dat is meteen de plek waar je iets kan veranderen, zonder dat er iemand hoeft te veranderen.

Loopt het bij jullie al langer vast en lukt het niet meer om er zelf uit te komen, dan kan een conflicttraject helpen om het gesprek weer op gang te brengen. Plan gerust een kennismakingsgesprek, dan bekijken we samen wat er speelt.


Bron: The Empirical Record on Conflict at Work, Peter T. Coleman, Psychology Today, 9 juni 2026.

Veelgestelde vragen

Niet automatisch. Meta-analyses laten zien dat zowel inhoudelijke discussie als relationeel conflict vaker samengaat met minder tevredenheid en zwakkere prestaties dan met betere. Discussie levert vooral op wanneer ze matig van intensiteit blijft, over ideeen blijft gaan en niet verschuift naar een wedstrijd over status of loyauteit. Zonder die voorwaarden krijg je niet meer scherpte, maar meer schade.

Vooral aan de omstandigheden werken in plaats van aan de personen. Zorg dat mensen elkaar echt nodig hebben om te slagen, maak expliciet dat tegenspraak gewenst is en bewaak streng de grens tussen kritiek op een idee en een oordeel over een persoon. Onderzoek naar persoonlijkheid en conflictstijl laat zien dat karaktertrekken maar een klein deel verklaren. De factoren die een leidinggevende wel kan veranderen, wegen zwaarder.

Omdat er onder de inhoud vaak iets anders meespeelt: de vraag of je nog meetelt. Zodra iemand het gevoel krijgt dat zijn plek of geloofwaardigheid in het geding is, gaat het gesprek niet meer over de aanpak maar over wie gelijk krijgt. Vanaf dat punt versterken vragen en terugtrekken elkaar in een spiraal. Vroeg benoemen wat je ziet gebeuren, werkt beter dan wachten tot de inhoud vanzelf terugkomt.

#conflicthantering #constructief conflict #psychologische veiligheid #conflicten oplossen op het werk #teamdynamiek
WD

Wouter Barremaecker

Trainer & Coach Verbindende Communicatie

Wouter begeleidt teams en individuen in het ontwikkelen van effectievere communicatie en diepere verbinding.

Meer over Wouter →

GERELATEERDE ARTIKELEN

WILT U MEER LEREN?

Bekijk onze trainingen of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.