Conflictbemiddeling op het werk: wie doet dat bij jullie? | Brugge in't Echt Ga naar hoofdinhoud

Conflictbemiddeling op het werk: wie doet dat bij jullie?

Een op drie werknemers ziet niemand in de eigen organisatie met de vaardigheden voor conflictbemiddeling. Wat dat kost, en wat je er zelf aan kan doen.

Wouter Barremaecker 8 min leestijd
Twee collega's in gesprek met een derde persoon die bemiddelt, beeld over conflictbemiddeling op het werk
Inhoudsopgave

Twee collega’s spreken al drie weken enkel nog via mail, met de teamleider standaard in kopie. Iedereen ziet het. Niemand zegt er iets van. De leidinggevende hoopt stilletjes dat het overwaait, want wie moet dit gesprek eigenlijk voeren?

Herkenbaar? Op dat moment valt een organisatie meestal terug op wat ze kent: wachten, of het formeel maken. Terwijl er een tussenweg is die zelden bemand is. Conflictbemiddeling op het werk vraagt geen afdeling, wel iemand die de vaardigheid heeft en het mag doen.

Een op drie ziet niemand die kan bemiddelen

Acas, de Britse dienst voor arbeidsverhoudingen, liet in februari 2026 duizend werknemers bevragen door YouGov. De vraag was simpel: heeft jouw organisatie mensen met de vaardigheden om een conflict via bemiddeling op te lossen?

Drieendertig procent zei nee. Bij kleine en middelgrote bedrijven liep dat op tot veertig procent. Vierenveertig procent dacht van wel, en drieentwintig procent wist het niet, wat in de praktijk vaak op hetzelfde neerkomt. Als je niet weet bij wie je terechtkan, bestaat die persoon voor jou niet.

“Mediation is a valuable skill, but our survey shows that too few workers are confident their organisation has the skills to use it in a disagreement.”

Kevin Rowan, Director of Dispute Resolution, Acas

Dat cijfer over kleine bedrijven herken ik in mijn praktijk. In een organisatie van vijftien mensen is er geen HR-afdeling en is de zaakvoerder bijna altijd betrokken partij. Neutraliteit is er geen kwestie van onwil, maar van rekenkunde.

Wat het kost als niemand het opneemt

Bemiddeling klinkt als een luxe zolang je het conflict zelf niet meetelt. Diezelfde Acas-onderzoekslijn deed dat wel. In hun grote bevraging bij ruim vierduizend werknemers gaf 44 procent aan het afgelopen jaar een conflict op het werk te hebben meegemaakt, het hoogste cijfer dat ze ooit optekenden.

De gevolgen die mensen zelf rapporteren, zijn niet klein:

  • 57 procent kreeg last van stress, angst of somberheid
  • 49 procent voelde de motivatie zakken
  • 25 procent merkte dat het werk zelf eronder leed
  • 10 procent meldde zich ziek of nam ontslag

Nog een cijfer dat blijft hangen: negentien procent ondernam helemaal niets. Slechts negen procent ging naar een formele klachtenprocedure. Ongeveer een derde van alle conflicten bleef grotendeels of volledig onopgelost.

Daar zit de echte kloof. Het gaat zelden mis omdat een organisatie geen procedure heeft. Het gaat mis in de maanden voor iemand die procedure zou gebruiken. Wat die stilte kost, zette ik eerder op een rij in conflictvermijding op het werk.

Collega's aan een tafel waar een meningsverschil rustig besproken wordt, conflicten oplossen op het werk

Conflictbemiddeling is geen beroep, het is een set vaardigheden

Bij het woord bemiddelaar denken veel mensen aan iemand met een toga in de buurt van een rechtbank. In een team gaat het om iets veel gewoners: iemand die een gesprek kan begeleiden zonder er zelf een kant in te kiezen.

Wat ik teams zie leren, komt neer op vier bewegingen.

Eerst apart, dan samen. Wie meteen alle partijen rond de tafel zet, krijgt twee mensen die hun standpunt verdedigen voor publiek. Een kort voorgesprek met elk apart verandert de temperatuur. Je hoort dan wat er echt speelt, en de ander hoort het pas als het zonder verwijt geformuleerd kan worden.

Van verwijt naar behoefte. “Hij houdt zich nooit aan afspraken” is een oordeel. Eronder zit vaak iets concreets: ik wil kunnen plannen, ik wil niet telkens moeten nabellen. De vertaalslag van beschuldiging naar behoefte is het hart van verbindende communicatie, en het is precies wat een gesprek weer beweegbaar maakt.

Structuur boven sfeer. Een bemiddelaar bewaakt de vorm: wie spreekt wanneer, hoe lang, en wat er met het gesprek gebeurt. Niet om het gezellig te houden, wel om het veilig genoeg te maken dat mensen iets durven zeggen wat ze anders inslikken.

Eindigen met afspraken. Een goed gesprek zonder afspraken is een goed gesprek dat je over zes weken opnieuw voert. Wat doen we anders, vanaf wanneer, en wanneer kijken we of het werkt.

Geen van deze vier vraagt een diploma. Ze vragen wel oefening, en de tijd om het te doen. Voor de signalen die aan zo’n gesprek voorafgaan, schreef ik eerder over vroege signalen van conflict op het werk.

Een voorbeeld dat ik vaak zie. Twee collega’s in een zorgorganisatie, allebei overtuigd dat de ander het werk naar zich toetrekt. In de aparte gesprekken bleek dat geen van beiden dat wilde. De ene nam taken over omdat ze bang was dat het anders bleef liggen. De andere liet los omdat hij dacht dat zijn manier toch niet gewenst was.

Twee mensen die elkaar tegenwerkten vanuit hetzelfde ongemak. In het gezamenlijke gesprek duurde het twintig minuten voor dat op tafel lag. De afspraak die eruit kwam, was banaal: elke maandag vijf minuten verdelen wie wat doet. Het conflict was niet groot. Het had alleen negen maanden lang niemand die het benoemde.

Waarom de leidinggevende zelden de neutrale figuur is

Er zit een structureel probleem in de standaardoplossing. In de Acas-cijfers is de meest gebruikte route bij een conflict een gesprek met de eigen leidinggevende, goed voor 45 procent. Dat is logisch, en tegelijk vaak precies de reden dat het blijft hangen.

Wie leidinggeeft, beoordeelt ook. Diezelfde persoon schrijft je evaluatie, verdeelt de interessante dossiers en beslist mee over je uurrooster. Zodra iemand voelt dat wat hij vertelt later kan meewegen, vertelt hij een voorzichtiger versie. Je krijgt niet het conflict te horen, je krijgt de presenteerbare samenvatting.

Daar komt bij dat een leidinggevende in veel conflicten gewoon partij is. Over werkdruk, over een beslissing die van boven kwam, over wie welke taak kreeg. Bemiddelen in een gesprek waar je zelf een belang in hebt, lukt zelden, hoe goed je intenties ook zijn.

Wat wel helpt, is de rol expliciet maken. “Ik kan hier twee dingen doen. Ik kan meedenken als je leidinggevende, en dan neem ik straks ook beslissingen mee. Of ik kan dit gesprek begeleiden zonder er iets mee te doen. Wat heb je nu nodig?” Die zin duurt tien seconden en verandert wat iemand durft te zeggen.

En soms is het eerlijke antwoord dat je geen van beide kan zijn. Dan is doorverwijzen geen falen, maar het enige wat werkt.

Waarom regelgevers nu op informeel oplossen inzetten

Er beweegt iets in hoe naar deze tussenweg gekeken wordt. Acas publiceerde eind juli 2026 een ontwerp van herziene Code voor tucht- en klachtenprocedures, de grootste update in vijftien jaar. De opvallendste wijziging: bemiddeling en begeleide gesprekken staan nu in de hoofdtekst, en informeel oplossen wordt naar voren geschoven als eerste optie. De consultatieronde loopt nog tot eind september 2026.

De Britse Civil Mediation Council noemt dat een belangrijke stap, met een kanttekening die ik graag overneem.

“The responsibility to consider informal resolution is framed as something relevant to both employers and employees.”

Civil Mediation Council, reactie op de ontwerpcode

Dat laatste is de nuance die telt. Informeel oplossen is geen gunst van de werkgever en ook geen taak die je enkel bij de leidinggevende legt. Het is iets wat twee kanten kunnen voorstellen.

Wij zitten in Belgie niet onder die code, maar de beweging is dezelfde. Preventieadviseurs psychosociale aspecten en vertrouwenspersonen bestaan hier al langer, alleen worden ze vaak pas gebeld als het al zwaar is. De vraag is dus niet of het kader er is, wel of iemand het gebruikt terwijl het nog klein is.

Wanneer bemiddeling past en wanneer niet

Bemiddeling is geen wondermiddel, en het als algemeen antwoord aanbieden ondermijnt het net. Een paar grenzen die ik zelf hanteer.

Het past wanneer beide partijen vrijwillig aan tafel komen, wanneer ze allebei nog iets te winnen hebben bij een werkbare relatie, en wanneer het gaat over samenwerking, verwachtingen of stijlverschillen.

Het past minder bij grensoverschrijdend gedrag, discriminatie of intimidatie. Daar hoort een formele route bij, en een gesprek onder vier ogen kan de druk op de persoon die het meemaakt net vergroten. Ook bij een groot machtsverschil vraagt het extra zorg: niet automatisch onmogelijk, wel iets wat je bewust moet opvangen in de opzet.

En soms is de eerlijke vaststelling dat het conflict al te lang duurt om intern nog neutraal te kunnen behandelen. Dan is een buitenstaander geen zwaktebod, maar gewoon de snelste weg. Over wat er daarna nog nodig is, schreef ik in herstellen na een conflict op het werk.

Wat je deze week kan uitzoeken

Stel jezelf een vraag die weinig tijd kost en veel duidelijk maakt: als er morgen twee mensen in mijn team vastlopen, naar wie gaan ze dan?

Vraag het eens aan drie collega’s. Krijg je drie verschillende namen, dan is er ruimte maar geen afspraak. Krijg je drie keer “geen idee”, dan zit jouw organisatie bij die eenderde uit het Acas-onderzoek. Krijg je drie keer dezelfde naam, kijk dan of die persoon dit ooit geleerd heeft of het er gewoon bij doet.

In de teams die ik in Brugge en de rest van West-Vlaanderen begeleid, is het antwoord op die vraag vaak de beste voorspeller van hoe zwaar een conflict uiteindelijk wordt. Niet de ernst van de aanleiding, wel de vraag of er iemand klaarstaat terwijl het nog over de aanleiding gaat.

Wil je die vaardigheid in je eigen team opbouwen, dan werkt een conflicttraject meestal op twee sporen: het lopende conflict aanpakken, en ondertussen laten zien hoe zo’n gesprek eruitziet. Plan gerust een kennismakingsgesprek, dan bekijken we samen wat er bij jullie speelt.


Bron: New Acas survey reveals widespread gaps in workplace mediation skills, Acas, 25 juni 2026.

Veelgestelde vragen

Bemiddeling is een gesprek tussen mensen die vastzitten, begeleid door iemand die geen partij kiest en geen beslissing oplegt. De bemiddelaar bewaakt de structuur en zorgt dat allebei de kanten gehoord worden, de betrokkenen bepalen zelf de uitkomst. Dat verschilt van een formele klachtenprocedure, waar iemand anders oordeelt wie gelijk heeft. In de praktijk gaat het vaak om twee tot drie gesprekken van anderhalf uur.

Zodra niemand binnen de organisatie nog als neutraal gezien wordt, of wanneer de leidinggevende zelf betrokken partij is. Ook bij een groot machtsverschil, bij een lopende formele procedure of wanneer eerdere gesprekken al mislukt zijn, helpt een buitenstaander. Bij grensoverschrijdend gedrag of discriminatie is een informeel gesprek niet de juiste route, daar horen de formele kanalen bij.

Ja, en dat is meestal het snelste rendement. De kern zit in drie dingen: allebei de verhalen apart horen voor je ze samenbrengt, achter een verwijt de onderliggende behoefte zoeken, en het gesprek eindigen met concrete afspraken in plaats van goede voornemens. Je wordt daarmee geen professionele bemiddelaar, maar je vangt wel de meerderheid van de conflicten op voor ze escaleren.

#conflictbemiddeling #conflicten oplossen op het werk #conflicthantering #moeilijke gesprekken voeren #teamdynamiek
WD

Wouter Barremaecker

Trainer & Coach Verbindende Communicatie

Wouter begeleidt teams en individuen in het ontwikkelen van effectievere communicatie en diepere verbinding.

Meer over Wouter →

GERELATEERDE ARTIKELEN

WILT U MEER LEREN?

Bekijk onze trainingen of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.