Emotieregulatie op het werk: drie gewoontes die je kan leren | Brugge in't Echt Ga naar hoofdinhoud

Emotieregulatie op het werk: drie gewoontes die je kan leren

Emotieregulatie op het werk is geen karaktertrek maar een gewoonte. Wat 2.000 werknemers ons leren over reframen, verbinding zoeken en resetten.

Wouter Barremaecker 9 min leestijd
Medewerker neemt even pauze buiten als vorm van emotieregulatie op het werk
Inhoudsopgave

Donderdagnamiddag, kwart voor vijf. Er komt een mail binnen die je humeur in een halve zin omdraait. Je voelt je kaken op elkaar gaan. En dan volgt het bekende moment: je typt een antwoord, je leest het na, je verwijdert het, je typt opnieuw.

Herkenbaar? Wat er in die minuten gebeurt, heeft een naam. Emotieregulatie op het werk. Het klinkt als iets uit een handboek, maar het is gewoon dit: wat je doet met wat je voelt, voor je reageert. En er is nieuw cijfermateriaal dat laat zien hoeveel verschil dat maakt.

Wat het onderzoek zegt over emotieregulatie op het werk

In februari 2026 verscheen het Annual Workplace Wellbeing Report 2026 van Gies College of Business aan de University of Illinois, met Oscar Ybarra, Corey Keyes en Ethan Kross als onderzoekers. Ze bevroegen 2.000 werknemers, een representatieve steekproef.

De hoofdlijn is niet vrolijk. Eenenzestig procent van de bevraagde werknemers zit in wat de onderzoekers languishing noemen. Geen burn-out, geen depressie, wel een soort doffe modus. Je doet je werk, maar het raakt je niet meer. Vier procent meer dan bij de vorige meting.

“Workplace wellbeing remains in crisis, but the data show specific levers organizations can pull.”

Oscar Ybarra, hoofdonderzoeker, Gies College of Business

Die tweede helft van de zin vind ik het interessantst. Niet het alarm, wel de hefbomen. Want de onderzoekers keken naar zeventien manieren waarop mensen met werkstress omgaan, en drie daarvan bleken systematisch het onderscheid te maken tussen wie floreert en wie aanmoddert.

De drie R’s: herkaderen, verbinding zoeken, resetten

De onderzoekers noemen ze de drie R’s. Ik hou van kaders die je op een bierviltje kwijt kan, dus hier zijn ze.

Reframe, herkaderen. Mensen die floreren, zoeken vaker naar een ander perspectief op een lastige situatie. Vijfenvijftig procent doet dat, tegenover achtendertig procent van wie aanmoddert. Ze zijn ongeveer 2,5 keer vaker bezig met wat psychologen cognitieve herwaardering noemen.

Reach out, verbinding zoeken. Achtenzestig procent van de florerende werknemers zoekt anderen op als het werk stresserend wordt, tegenover vijftig procent van de rest. Ze praten, ze checken, ze vragen hoe iemand anders ernaar kijkt.

Reset, herstellen. Drieenveertig procent neemt bewust pauzes om te herstellen, bijvoorbeeld door even naar buiten te gaan, tegenover vierendertig procent. Veertig procent gebruikt beweging om spanning kwijt te raken, tegenover negenentwintig procent.

Op zich zijn dat geen schokkende getallen. Wat me wel raakt, is de nuchterheid ervan. Dit zijn geen grote interventies. Dit is even bellen met een collega, even rond het blok, even de vraag stellen of het echt zo bedoeld was.

Collega's zoeken elkaar op als vorm van emotieregulatie op het werk

Waarom ik hier als begeleider blij van word

De onderzoekers beschrijven die drie R’s uitdrukkelijk als leerbaar gedrag, niet als karaktertrekken. Dat is een klein zinnetje met grote gevolgen.

Want in mijn praktijk in Brugge hoor ik vaak een variant van dezelfde zin: “Ik ben nu eenmaal iemand die snel op zijn tenen getrapt is.” Of: “Mijn collega heeft dat gewoon van nature, ik niet.” Dat klinkt als een vaststelling, maar het is meestal een beschrijving van een gewoonte die lang genoeg herhaald is om op een eigenschap te lijken.

Als de drie R’s gedrag zijn, dan zijn ze oefenbaar. En dan verandert de vraag. Niet meer “waarom ben ik zo”, wel “wat doe ik meestal in dat moment, en wat zou ik anders kunnen doen”.

Dat is ook de reden waarom ik in trajecten zelden begin met technieken. Ik begin met wat er nu al gebeurt. Wat doe je vandaag als de spanning stijgt? Bij de meeste mensen is dat antwoord verrassend eenvormig: harder doorwerken, en het alleen doen.

Hoe de drie R’s aansluiten bij verbindende communicatie

Voor wie vertrouwd is met verbindende communicatie klinken die drie R’s misschien bekend. Ze liggen dicht bij drie bewegingen die ik in bijna elk traject zie terugkomen.

Herkaderen begint bij het onderscheid tussen waarneming en oordeel. “Hij negeert mijn mail” is een oordeel. “Ik heb dinsdag gemaild en nog geen antwoord” is een waarneming. Zodra je die twee uit elkaar houdt, ontstaat er vanzelf ruimte voor een andere lezing. Misschien zit er iemand tot over zijn oren in iets anders.

Let op: herkaderen is niet hetzelfde als jezelf wijsmaken dat het wel meevalt. Er is een verschil tussen een ander perspectief zoeken en je eigen ongenoegen wegpoetsen. Dat tweede werkt zelden lang.

Verbinding zoeken is meer dan ventileren. Het onderzoek maakt dat onderscheid niet expliciet, maar ik zie het wel in de praktijk. Klagen bij een collega geeft even lucht en laat je daarna vaak leger achter. Iemand vragen hoe zij ernaar kijkt, doet iets anders. Ik schreef eerder over hoe elkaar opzoeken op de werkvloer meer oplevert dan de meeste mensen verwachten.

Resetten is zelfverbinding in zijn eenvoudigste vorm. Even weg van het scherm, even ademen, even voelen wat er is. Niet om zen te worden, wel om te merken wat er speelt voor je erop reageert. Ik schreef daar eerder over in kalmte als geheim wapen op de werkvloer.

Wat dit doet in een echt team

Een tijd geleden begeleidde ik een dienst waar de spanning altijd op hetzelfde moment piekte: de laatste week van de maand, als de cijfers moesten kloppen. Iedereen wist dat het eraan kwam. Niemand deed er iets mee.

Wat ik zag, was dat de drie R’s in die week net allemaal wegvielen. Herkaderen lukte niet meer, want alles werd persoonlijk gelezen. Verbinding zoeken viel weg, want iedereen zat met de deur dicht. Resetten was helemaal geschrapt, want pauze nemen voelde als de anderen laten zitten.

We hebben daar geen grote interventie op gezet. We hebben afgesproken dat er in die week twee keer een kwartier overleg was waarin de cijfers niet aan bod kwamen. Alleen de vraag: waar zit je mee, en wat heb je nodig.

De eerste keer was dat ongemakkelijk stil. De derde maand was het het enige agendapunt dat niemand nog wou schrappen. Niet omdat het gezellig was, wel omdat de fouten in die laatste week zichtbaar afnamen.

Ik vertel dat niet als succesverhaal, want ik heb ook teams gezien waar zoiets na twee keer stilviel. Wel omdat het laat zien hoe klein de ingreep mag zijn. Vijftien minuten waarin je iets anders vraagt dan de status.

Emotieregulatie op het werk is niet alleen jouw werk

Nu het stuk van het onderzoek dat volgens mij te weinig aandacht krijgt.

De onderzoekers keken ook naar de omgeving. In teams met veel autonomie en sterke sociale steun, wat ze empowered squads noemen, floreert achtenzestig procent van de mensen. In teams waar allebei ontbreekt, zakt dat naar minder dan een op tien. Dat is een verschil van ongeveer factor tien.

Lees dat even opnieuw. Dezelfde drie R’s, dezelfde mensen, een andere omgeving, een compleet ander resultaat.

Dat matcht met wat ik zie. Iemand kan perfect getraind zijn in emotieregulatie en toch leeglopen in een team waar niemand ooit vraagt hoe het gaat en waar elke keuze al voor je gemaakt is. Het sluit ook aan bij wat de zelfdeterminatietheorie al decennia zegt over autonomie, competentie en verbondenheid, waar ik eerder over schreef in zelfdeterminatie op het werk.

Er zit dus een oefening in voor beide kanten. Voor jezelf: welke van de drie R’s gebruik je nu al, en welke laat je liggen? Voor wie leiding geeft: hoeveel ruimte is er in jouw team om die drie te doen zonder dat het gek staat?

Ik merk dat dat laatste vaak op kleine dingen vastloopt. Op een agenda waar geen minuut tussen zit. Op de onuitgesproken regel dat wie buiten wandelt tijdens de werkuren blijkbaar niets te doen heeft. Op vergaderingen waar geen enkele vraag gesteld wordt die niet over de inhoud gaat.

En als je omgeving niet meewerkt?

Die vraag krijg ik bijna altijd, en terecht. Want het is makkelijk om te zeggen dat je best af en toe naar buiten gaat als je in een team zit waar dat op scheve blikken botst.

Wat ik daarop meestal antwoord: begin met wat wel binnen je bereik ligt, en wees eerlijk over de rest. De drie R’s zijn geen tegengif voor een structureel ongezonde werkplek. Ze helpen je wel om helderder te zien wat er speelt, en dat is vaak de eerste stap naar een gesprek dat je anders blijft uitstellen.

Soms is dat gesprek een vraag aan je leidinggevende over hoeveel je zelf mag bepalen. Soms is het de conclusie dat deze plek niet meer bij je past. Allebei zijn geldige uitkomsten, en allebei komen ze zelden uit een hoofd dat al maanden in de overlevingsstand staat.

Daarom eerst de basis. Adem, verbinding, perspectief. Daarna de grote vragen.

Drie dingen die je deze week kan proberen

Klein beginnen werkt beter dan een plan dat je na vier dagen laat vallen. Kies er een uit.

  1. Bij herkaderen: neem bij de eerstvolgende mail die je irriteert dertig seconden om op te schrijven wat er feitelijk staat, zonder interpretatie. Meestal krimpt de mail dan.
  2. Bij verbinding zoeken: bel een collega in plaats van te klagen bij je partner. Stel de vraag “hoe kijk jij hiernaar” in plaats van “vind jij dat ook niet belachelijk”.
  3. Bij resetten: zet een pauze van tien minuten in je agenda alsof het een afspraak is, en ga naar buiten. Niet met je telefoon in je hand.

En als je leiding geeft: doe er zelf een voor. Zeg hardop dat je even gaat wandelen omdat je vastzit. Dat ene zinnetje doet meer voor de omgeving van je team dan een presentatie over welzijn.

Tot slot

Wat me het meest bijblijft aan dit onderzoek, is hoe gewoon de oplossingen zijn. Geen app, geen programma, geen grote cultuurverandering. Wel drie bewegingen die je vandaag al kan maken, en een omgeving die het toelaat.

De vraag om mee naar huis te nemen: wat doe jij meestal in de eerste minuut nadat iets je raakt op het werk? Dat antwoord is je startpunt.

Wil je hier met je team dieper op ingaan? Ik werk daarrond in trajecten met teams in Brugge en breed in West-Vlaanderen. Een kennismakingsgesprek is de makkelijkste manier om te kijken of het past.

Bron: Annual Workplace Wellbeing Report 2026 finds majority of US workers still languishing, Gies College of Business, University of Illinois, 4 februari 2026.

Veelgestelde vragen

Emotieregulatie is wat je doet met wat je voelt voor je erop reageert. Het gaat niet over emoties wegduwen of professioneel blijven doen, maar over de manier waarop je met spanning, irritatie of teleurstelling omgaat. In een onderzoek van Gies College of Business bij 2.000 werknemers (februari 2026) blijken drie strategieen het verschil te maken tussen mensen die floreren op het werk en mensen die aanmodderen: herkaderen, verbinding zoeken en resetten.

De onderzoekers beschrijven de drie strategieen expliciet als leerbaar gedrag, niet als vaste persoonlijkheidskenmerken. Dat betekent dat het geen kwestie is van geluk hebben met je karakter. Het zijn gewoontes die je kan oefenen, en die net als andere gewoontes tijd nodig hebben om te wennen. In coachingtrajecten zie ik dat de eerste weken het lastigst zijn, omdat je vooral merkt hoe vaak je het oude patroon toch nog volgt.

Vooral twee dingen: autonomie geven en steun bieden. In het onderzoek floreert 68 procent van de mensen in teams met veel autonomie en sterke sociale steun, tegenover minder dan een op tien in teams waar allebei ontbreekt. Concreet betekent dat: laat mensen mee bepalen hoe ze hun werk doen, maak het normaal om iets te delen als het zwaar is, en doe zelf voor dat een pauze nemen mag.

#emotieregulatie #mindfulness op de werkvloer #persoonlijke ontwikkeling coaching #autonomie op het werk #veerkracht
WD

Wouter Barremaecker

Trainer & Coach Verbindende Communicatie

Wouter begeleidt teams en individuen in het ontwikkelen van effectievere communicatie en diepere verbinding.

Meer over Wouter →

GERELATEERDE ARTIKELEN

WILT U MEER LEREN?

Bekijk onze trainingen of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.