Omgaan met weerstand in je team | Brugge in't Echt Ga naar hoofdinhoud

Cluster: Weerstand

Omgaan met weerstand in je team

Weerstand is geen probleem dat je moet wegwerken. Het is informatie die je nog niet hebt gehoord. Hier kijken we naar hoe je die informatie aan tafel krijgt.

Krijg de slecht-nieuws-pocket

Snelle antwoorden

Waar komt weerstand meestal vandaan?

Uit drie hoeken. Iemand voelt zich niet gehoord. Iemand snapt de richting niet. Iemand heeft iets te verliezen dat hij nog niet kan benoemen. Wie de juiste hoek vindt, vindt meestal ook de opening voor het gesprek.

Hoe vraag je door zonder dat het verhoor lijkt?

Met open vragen, in korte zinnen, met echte pauzes ertussen. "Vertel eens." "Wat speelt er nog meer?" "Wat zou voor jou een verschil maken?" Korte vragen, lange pauzes.

Wat doe je als iemand weerstand ontkent maar wel toont?

Benoemen wat je ziet, niet wat je denkt dat het is. "Je zegt dat het goed zit, en ik merk dat de uitvoering elke keer net iets vertraagt. Kunnen we eens kijken wat daar speelt?"

Drie maanden geleden heb je een nieuwe manier van werken aangekondigd. De helft van het team draaide mee. Eén persoon zei in de meeting "ik ga het proberen" en doet sindsdien alles net iets anders dan afgesproken. Niet openlijk tegen. Niet meegaand. Iets ertussenin dat moeilijker te benoemen is.

Herkenbaar? Weerstand is zelden een duidelijke nee. Het is een proces dat zich subtiel uit in mailgedrag, in vertragingen, in vragen die later komen dan logisch zou zijn. En het is een gesprek dat je elke week opnieuw aangaat in je hoofd zonder dat je het hardop voert.

Weerstand is geen probleem, het is informatie

De grootste verschuiving die ik mensen zie maken in coaching: de manier waarop ze naar weerstand kijken. Bij de meeste leiders zit weerstand in de categorie "iets dat ik moet wegwerken om verder te kunnen." Vanuit die positie wordt elk gesprek een poging om de weerstand op te lossen, en dat werkt zelden.

Wat in mijn praktijk wel werkt: weerstand zien als signaal dat er iets is wat nog niet aan tafel ligt. Een behoefte die niet gehoord is, een zorg die niet besproken is, een belang dat onder de oppervlakte speelt. Wie de weerstand probeert te overwinnen, hoort dat signaal nooit. Wie de weerstand onderzoekt, krijgt vaak in twee gesprekken te horen wat eigenlijk speelt.

Dat klinkt zacht. In de praktijk is het de meest efficiënte route. Wie informatie heeft, kan handelen. Wie tegen iets aan duwt dat niet wijkt, raakt zelf op.

Drie hoeken waar weerstand vandaan komt

Niet elke weerstand is dezelfde. In mijn praktijk zie ik telkens dezelfde drie hoeken. Welke hoek het is, bepaalt welk gesprek werkt.

Niet gehoord

Iemand heeft in een eerder moment iets willen zeggen en dat niet kunnen of durven. De verandering die jij voorstelt, gaat aan dat ongezegde voorbij, en het uit zich nu als weerstand. Het gesprek dat werkt: vraag terug. "Is er iets dat ik in de aanloop heb gemist?"

Niet begrepen

Iemand snapt de richting niet, of denkt iets te begrijpen dat jij niet bedoelde. Vaker dan je denkt zit een groot deel van het probleem in een woord dat verschillend werd opgevat. Het gesprek dat werkt: "Wat hoor jij dat ik bedoel?" Pas dan kun je verschil opmerken.

Iets te verliezen

De verandering kost de ander iets concreets. Status, autonomie, een rol die hij belangrijk vindt, een collega met wie hij goed werkte. Soms weet hij het zelf nog niet helder. Het gesprek dat werkt: "Wat verandert er voor jou met deze beslissing, ook op kleine punten?"

Geen van deze drie los je op met overtuigingskracht. Allemaal vragen ze de moed om door te vragen op iets wat ongemakkelijk is.

Het gesprek met iemand die ondergronds weerstand toont

Een veelvoorkomende situatie: iemand zegt ja en gedraagt zich anders. Hoe je dat aankaart.

Wat ze meestal zeggen

"Ik merk dat je het niet helemaal lijkt op te pakken zoals afgesproken, dat is wel jammer want we hebben dit toen samen besloten en het is belangrijk dat we als team consequent zijn."

Wat wel werkt

"Ik wil iets met je delen dat me al een paar weken bezighoudt. We hebben twee maanden geleden afgesproken dat we het zo zouden aanpakken. Wat ik in de uitvoering zie, gaat een andere kant op. Ik wil graag begrijpen wat er bij jou speelt."

Versie één maakt het over team-consistentie, wat het probleem niet is. Versie twee benoemt de discrepantie zelf en geeft ruimte voor het echte gesprek.

Wat ze meestal zeggen

"Het lijkt of je het er niet mee eens bent, klopt dat?"

Wat wel werkt

"Vertel eens, wat zou er voor jou anders moeten zijn aan deze aanpak om hem te laten werken?"

Versie één vraagt om een ja of nee dat je niet helpt. Versie twee opent het gesprek over wat de ander nodig heeft.

Drie oefeningen voor jezelf voor het gesprek

Voor je dit gesprek instapt, drie korte oefeningen die het verschil maken tussen een duw-gesprek en een onderzoeks-gesprek.

Eén: wat is mijn aanname?

Schrijf in één zin op wat je denkt dat er speelt bij de ander. "Hij vindt me niet goed genoeg." "Ze wil niet veranderen." Niet om die zin als waarheid te nemen, wel om hem zichtbaar te hebben. Aannames die onder de oppervlakte blijven, sturen het gesprek meer dan aannames die je opschrijft.

Twee: wat gun ik de ander om te zeggen?

Wat zou de ander mogen zeggen dat je nu niet wil horen? Een eerlijk antwoord op deze vraag onthult vaak waar de echte spanning zit. Als je merkt dat je sommige dingen niet wil horen, ga je daar in het gesprek omheen, zonder dat je het zelf doorhebt.

Drie: wat wil ik dat dit gesprek minstens oplevert?

Geen volledige oplossing. Een minimum. "Ik wil dat hij vrijuit kan vertellen wat speelt." "Ik wil weten of het iets is wat ik kan veranderen." Een laag plafond maakt het gesprek lichter, want je hoeft niet alles in één keer op te lossen.

Weerstand bij jezelf herkennen

Een vraag die ik vaak terugleg: voer je dit gesprek vanuit nieuwsgierigheid of vanuit ergernis? Allebei zijn ze begrijpelijk. Allebei zijn ze niet gelijk in het gesprek. Wie ergerend binnenstapt, krijgt verdediging terug. Wie nieuwsgierig binnenstapt, krijgt informatie.

Dat betekent niet dat ergernis weg moet voor je het gesprek voert. Wel dat je het mag herkennen. "Ik merk dat ik geïrriteerd raak en ik wil dit gesprek niet vanuit die plek voeren." Een dag uitstellen is geen vermijden, het is een betere voorbereiding.

Voor wie hier diepgaander mee wil oefenen: zie de pillar over feedback geven. Veel van wat daar staat over zelfverbinding voor het gesprek, geldt ook hier.

Veelgestelde vragen

Aan kleine signalen: iemand die mails niet beantwoordt, beslissingen niet opvolgt, in meetings stil wordt waar hij eerst sprak. Weerstand kondigt zich zelden aan met woorden. Wie alleen op woorden let, mist meestal de eerste fase.

Een andere mening kun je in een gesprek leggen. Weerstand laat zich niet leggen, want hij wijst meestal naar iets onder de oppervlakte. Wie weerstand behandelt alsof het een andere mening is, krijgt de weerstand niet uit de wereld.

Confronteren werkt zelden, doorvragen wel. "Wat zit er onder dat het nu zo niet werkt voor jou?" is een vraag die ruimte geeft. "Waarom doe je zo moeilijk?" is een vraag die sluit.

Eerst checken of het echt sabotage is of dat het er voor jou zo uitziet. Vraag het rechtstreeks. Als het echt sabotage is, wordt het een ander soort gesprek, namelijk over grenzen en consequenties. Maar verras jezelf niet door dat label te snel te geven.

Klaar voor een persoonlijk gesprek?

Een verkennend gesprek van een half uur, vrijblijvend. We kijken samen welke situatie bij jou speelt en wat een eerste stap kan zijn.

Plan een gesprek